Bandenspanning

Bandenspanning is de overdruk die in de banden aanwezig is. In Nederland wordt de bandenspanning in het algemeen weergegeven in de luchtdruk eenheid bar. 1 bar is 1 atmosfeer en dat is de druk van de buitenlucht. De bandenspanning van “normale” personenauto’s varieert van ongeveer 1,8 bar tot circa 3,2 bar. Door deze overdruk in de band, en omdat rubber een doorlaatbaar materiaal is, loopt elke band altijd langzaam leeg met ongeveer 2 tot 5 % per maand. Kleine lekjes bij het ventiel, of langs de velg (of een spijker!) zorgen ervoor dat banden nog sneller leeglopen.

Kortom, maak je niet druk als je twijfelt of je bandenspanning is afgenomen na een paar maanden; die is dus gewoon altijd lager.

Technisch hebben de band en de bandenspanning veel invloed op het rijden met een auto. Ook zijn er veel eisen waar een autoband aan moet voldoen. Een band moet stevig genoeg zijn om voertuig en lading te kunnen dragen. Tegelijkertijd moet ze soepel zijn om grip met de weg te waarborgen, zowel op een nat als een droog wegdek! Andere eisen hebben betrekking op de slijtvastheid, (lage) rolweerstand, rijcomfort en het waarborgen van de autostabiliteit. Een band moet daarom zowel zeer sterk als soepel zijn, glad maar wel met groeven, kortom aan soms zelfs tegenstrijdige eigenschappen voldoen. De perfecte band bestaat nog steeds niet en zal altijd een compromis zijn van al deze eigenschappen.

Banden zijn er in vele verschillende soorten en maten van diverse merken. De fabrikant van de auto bepaalt op basis van kenmerken van de auto, welke bandenmaat voor dat model wordt voorgeschreven en welke bandenspanning de banden moeten hebben. Op basis hiervan is de auto goedgekeurd. Soms zijn meerder bandenmaten goed met elk weer mogelijk andere adviesspanningen.

Er wordt een adviesspanning gegeven voor normaal gebruik en zwaarbelast gebruik (bij hoge snelheid of extra gewicht). De juiste spanning is de door de autofabrikant aanbevolen spanning, deze staat vermeld in de gebruikshandleiding en/of op de sticker die zich over het algemeen op de stijl van het portier van de bestuurder, op de brandstofklep of in het dashboardkastje bevindt. Om het nog ingewikkelder te maken: de voorgeschreven bandenspanning kan dus per automerk, model, type en bandenmaat anders zijn.

Erg belangrijk om te weten: de bandenspanning hangt dus niet af van de bandenmaat. Exact dezelfde band, moet bij een kleine en lichte auto bijvoorbeeld een lagere spanning hebben dan onder een grote en zware auto. De juiste bandenspanning is, vooral bij motorvoertuigen, cruciaal voor een optimaal weggedrag van het voertuig, maar is ook van belang voor een laag brandstofverbruik, een lage bandenslijtage en de veiligheid van de bestuurders en overige bestuurders op de weg.